
Tijdens de reis ontmoette ik vissers, wijnmakers, zoutwinners, peperboeren, messenmakers en chefs.
Mensen die ogenschijnlijk weinig met elkaar gemeen hebben, maar die allemaal dezelfde houding delen. Ze geloven in aandacht. In oefenen. In elke dag een beetje beter worden.
Wat me opviel, was dat niemand sprak over groei, schaalvergroting of efficiëntie. Vrijwel iedereen sprak over kwaliteit. Over het product. Over het ambacht. Over de voldoening die ontstaat wanneer iets écht goed lukt.
Het raakte me omdat ik er iets van mezelf in herkende.
Een groot deel van mijn werkzame leven heb ik doorgebracht als manager en ondernemer. Rollen die goed bij me passen en waar ik veel plezier uit haal. Maar onderweg begon ik me te realiseren dat er onder die rollen nog iets anders zit. Iets wat ik jarenlang te weinig aandacht heb gegeven.
Ik ben eigenlijk meer vakman dan generalist. Meer maker dan ondernemer. Meer creatief ambachtsman dan rationeel manager.
Ik ontdekte het in de gesprekken met mensen die hun leven hebben gewijd aan één vak. In de messenmaker die jarenlang oefent om een techniek te beheersen. In de chef die blijft zoeken naar de perfecte balans in een gerecht. In de wijnmaker die ieder jaar opnieuw probeert een iets betere wijn te maken.
Ik herken dezelfde drijfveer wanneer ik kook, schrijf, of werk aan een nieuw idee. De behoefte om iets te creëren dat er nog niet is. Iets maken waar aandacht, liefde en vakmanschap in zitten.
Achter ieder product staat iemand die zijn vak serieus neemt. Iemand die bereid is tijd te investeren in iets wat niet sneller, maar wel beter moet worden.
Juist in een wereld die steeds sneller lijkt te draaien, kreeg ik nog meer waardering voor mensen die kiezen voor verdieping. Mensen die begrijpen dat kwaliteit tijd kost.
Daarom voelde ik me zo thuis tussen al die producenten, ambachtslieden en chefs. Omdat ik onderweg ontdekte dat ik eigenlijk een van hen ben.
Uit het boek Onderweg