
Een van de redenen waarom ik de reis wilde maken, was dat ik eens los wilde komen van de waan van de dag.
Geen vergaderingen, geen volle agenda en geen telefoon die voortdurend om aandacht vraagt. Ik wilde onderweg zijn. Alleen. Met alle vrijheid om ergens langer te blijven als het interessant werd of om spontaan een andere afslag te nemen.
Dat klinkt vreemd, want tegelijkertijd had ik de reis behoorlijk strak gepland. De route lag vast, restaurants waren gereserveerd en bezoeken aan producenten stonden soms maanden van tevoren in mijn agenda. Vrijwel iedere dag had een bestemming.
Toch ontdekte ik onderweg dat vertragen iets anders is dan minder doen. Ik stond vaak vroeg op, reed honderden kilometers, bezocht markten, wijnhuizen en restaurants en maakte aantekeningen voor dit boek. Mijn dagen waren gevuld. Maar voor het eerst in lange tijd voelde ik geen haast.
Er was tijd om een gesprek langer te laten duren dan gepland. Tijd om een uur rond te lopen op een markt zonder doel. Tijd om met een glas wijn voor de camper naar de ondergaande zon te kijken. Tijd om een omweg te maken omdat een dorpje er interessant uitzag.
Juist doordat ik alleen reisde, kon ik volledig meebewegen met wat zich aandiende. Ik hoefde met niemand rekening te houden. Er was geen schema behalve het mijne.
Onderweg ontdekte ik dat vertragen niet betekent dat je minder beleeft. Integendeel. Het betekent dat je meer opmerkt. Meer ziet. Meer hoort. Meer onthoudt. Ondanks een programma dat voller was dan veel vakanties, voelde deze maand rustiger dan menige vrije week thuis.
Vertragen bleek uiteindelijk geen kwestie van tijd te zijn. Het bleek een kwestie van aandacht.
Uit het boek Onderweg